Volkskunde van Curacao, Aruba en Bonaire

Paul Brenneker

Zang


Door: Paul Brenneker  | Publicatiedatum: SAMBUMBU Deel 5
Liedteksten


Een aantal liederen, die gedeeltelijk of geheel in het GENÉ, de slaventaal, zijn gesteld.

Om Wie, een man van 84, zingt een werklied met inhoud: een tijger ontmoet een leeuw. Tjaká is tijger, bovi is leeuw.

Tjaká main bovi
djamá main bovi
bovi jetán
tjaká contra bovi
anto hou-hou. (T723)


Compa Chang Baral, 72, laat een teef aan het woord, die zegt: Ik zwerf overal rond, maar kom naar huis als ik moet werpen.
Oh zima loco desué
kabuja gang oló
oh kambra no fia mundu
mi loco ta desué
desué loco ta desué. (T890)

De derde regel betekent: Vriend ver­trouw de wereld niet.

Reini Laker van Seru Fortuna, 72, kon­digt zijn lied aan als een gezang om aan Afrika te denken; welk land hij Gené of Ginewa noemt.
Zaba tu keje keje zaba tu nama we
Shon Grandi na Hulanda
su nabiu na Gené
zaba tu keje keje zaba tu nama we
Shon Grandi na Hulanda
su nabía na Ginewa
Shon Grandi na Hulanda
su nabiu el a bai cu kanoa. (T1025)

Als iemand in de verte een vreemde op het huis ziet aankomen, waarschuwt hij de anderen met een lied: Er komt een last­post op onze familie aan.
Leba hoooooooo
leba son famia
leba hoooooooo. (T418)

Een slaaf die nog niet zo lang op Curaçao is, heeft een pastoor de mis zien doen, komt bij de zijnen en legt hun uit wat hij heeft gezien en gehoord. Hier gezongen door Jan Amerikaan, 65.
Kuma kuma kuma eeeeeeh
kuma kuma kuma eh
el a kuma na jelo
kuma na jelo kuma na jelo gueme
ma wale go ma wale go eeeeeeh
wa wale go
kuma na jelo. (T1003)

In een werklied zingt Djoheli van Trai Seru over een kalbas. Als je hem in zee gooit, weet je nooit waar hij terecht komt.
Ah gobi leli leli
mi boto jelo
boto jelo
ma ta boto wania.

In een oud werklied wordt verteld dat de tijger wel een wild beest is, maar dat de mens niettemin hem de baas moet zijn. Gezongen door Hosé Melano van Rooi Santu, 55.
Ala baba di tiger eh maté na jo
mi di ma baba di tiger
awe mes maté na jo
mi di bo ta tiger
awe mes mi ta majó.

Lodewijk Hooi zingt dat een man tot armoe is vervallen, maar dat God hem toch zal helpen.
Dan mina wadan mi vuelo
na wadan mi vuelo
bashi sapotiti kanga dunami man
sapotiti mele
Dios a juda nos. (T471)

Janchi Doran, een van de meest be­gaafde zangers van Bandabao, behandelt in een lied het tema van de discriminatie. Hij zelf geeft de inhoud weer als: Wanneer een blanke sterft, komen er arme zwarten om hem te begraven; maar een blanke draagt nooit een neger naar zijn graf.
Zi mulena eh
ai toto na uzé
kende lo derele
huma zi mulena uzé uzé uzé uzé maló
ai pober ta muri
mi di ricu no po derele
huma zi mulena
un homber di malora
kende po derele
ai tota na uzé. (T940)

Een lied gezongen bij de ‘geboorte van de eerste Curaçaoënaar’; een kind met neger-indiaans bloed. Hier gezongen door Jeffie Francisca van Dokterstuin.
Jocan a sali gené
gené chambora
jocan me a sali gené
tu gené chambora
gené
ma nos tur mes ta liman eh
gené chambora. (T499)

Voor zover vertaalbaar: De indiaan is neger geworden, een chambora-neger, wij zijn allen broeders.
Carlito Bautismo van Seru Grandi, 59, klaagt in een lied dat hij vanmorgen is op­gestaan met hoofdpijn.
Hunja la hunja lanta bouwéni
hunja …

Om de volledige tekst te kunnen lezen dient u een gratis account aan te maken.